"Bij eerste beluistering denk je misschien dat Becca Stevens eindelijk een echte opvolger voor “Regina” heeft gemaakt. "The Thread" bevat namelijk gehaaide progressieve popliedjes die voortbouwen op het werk van de Grote Vrouwen in dit genre van de afgelopen decennia, waarbij invloeden uit jazz en soul vloeiend en subtiel ingepast zijn. Zowel stilistisch als qua stemgeluid was het niet gek dat we dat dachten, maar we bleken te luisteren naar de nieuwe van Willow. Deze dame, voluit Willow Camille Reign Smith geheten (ha, dus 'Regina' zit wel in haar naam!:-)), brengt al sinds 2015 albums uit en het nu verschenen “The Thread” is al haar zevende (en de vijfde fysieke). Er wordt prachtig en puntig op gemusiceerd. Om te achterhalen wie daarvoor verantwoordelijk is moesten we het internet raadplegen, want de CD-release van het album met een 'boekje' dat uit slechts één blad beslaat, is volkomen onleesbaar. De albumcredits zijn alleen goed te lezen op Tidal en Apple Music (en op Wikipedia, die het uit die bronnen heeft opgediept). Dertien musici tellen we maar liefst, waarbij opvalt dat Willow zelf niet alleen componeert, produceert en arrangeert, maar ook gitaar, piano, drums, Fender Rhodes, percussie en Moog bespeelt, naast dat ze uiteraard ook zingt. Dat ze de dochter is van Will Smith, noemen we maar niet, want dat leidt alleen maar af. Het zou misschien u compleet op het verkeerde been zetten." (Radio Xymphonia)
"Toen Marillion midden jaren negentig gedropt werd door EMI en de groep bij Castle Music uitkwam, kreeg Hogarth ook de kans een solo-album te maken. Veel van zijn muzikale ideeën waren (toen) niet geschikt voor Marillion, dus dit was een uitgelezen kans om daar mee aan de slag te gaan. Met zijn staat van dienst wist hij een exquise begeleidingsband op de been te krijgen, bestaande uit XTC-gitarist Dave Gregory, Japan- en Porcupine Tree- toetsenist Richard Barbieri, Blondie-drummer Clem Burke en veel gevraagd sessiebassist Chucho Merchan. Bijdragen waren er verder van Luis Jardim en Steve Jansen op percussie en violist Stuart Gordon (die ook al te horen was bij How We Live). Onder de naam h (geen hoofdletter!) kwam in februari 1997 het resultaat uit onder de titel “Ice Cream Genius”, gevuld met sfeervolle intelligente popliedjes waar invloeden van onder andere Japan, David Sylvian en XTC in te horen zijn. Achteraf gezien was het stilistisch deels een voorbode op wat Marillion jaren later op “Happiness Is The Road” zou gaan doen. Ondanks een korte tour, met onder andere een concert in de Amsterdamse Melkweg, gebeurde er qua verkoop weinig buiten de vaste Marillion-fankringen. Wel bleef Hogarth met wat inmiddels de h Band heette af en toe wat concerten te geven, tot in Hellendoorn aan toe. Ondanks de steeds wisselende bezetting waren Gregory en Barbieri wel steeds van de partij, evenals vaste gitarist Aziz Ibrahim. Die concerten waren vaak een waar feest, waarbij het solowerk gelardeerd werd met menig bijzondere, soms behoorlijk obscure cover en hier en daar een Marillion- of Europeans-nummer. Je zou overigens kunnen verdedigen dat er in 2012 in de vorm van “Not The Weapon But The Hand” toch een verkapt vervolg was; dit was namelijk een duoplaat van Hogarth en Barbieri waaraan ook Dave Gregory zijn medewerking verleende. Nu is er, vlak voor het 30-jarig jubileum, een deluxe editie uitgekomen van “Ice Cream Genius”, met op de tweede en derde CD een complete concertopname, plus een Blu-ray met een registratie van de show die de band in 2002 in Amsterdam Paradio gaf (destijds door Fabchannel vastgelegd). De Blu-ray bevat ook de nodige audio-only-extra's in de vorm van een aantal nummers van het Melkweg-concert en veel demo- en 'work in progress'-versies. Bijzonder is wel dat daar een aantal probeersels tussenzit met teksten die later voor Marillion zijn gebruikt." (Xymphonia Radio)
"Jarenlang bracht Shearwater (uit Austin in Texas) albums uit op prominente Amerikaanse indielabels, maar sinds de coronajaren werkt de band van Jonathan Meiburg in eigen beheer, in relatieve luwte.Het nieuwe "The New World" werd via crowdfunding gefinancierd, maar ambitieus is het: het bevat bijdragen van orkesten en instrumentalisten van over de hele wereld. Meiburg, bioloog van beroep, bezocht ondertussen (eind 2025) Antarctica om de wereld onder het gestaag smeltende ijs te verkennen.Typisch Shearwater, dat altijd al werd geïnspireerd door eilanden, oceanen, expedities, flora en fauna – vogels in het bijzonder. Het levert bij Meiburg wetenschappelijke literatuur én prachtige muziek op, verwant aan Mark Hollis’ Talk Talk rond 1990, met Meiburgs even plechtige als emotionele zang als constante.The New World sluit aan bij de ‘Island Arc’-trilogie (2006-2010): weids, gedragen, soms verstild, soms overdonderend, met her en der orkest en houtblazers. Het komt tot ons in songs die tot Meiburgs beste behoren: "Daydream Unbeliever", "The Only Sound I’m Afraid Of" en "You And Your Dog", met Laurie Anderson als betoverende verteller.Aan expliciete waarschuwingen over klimaatverandering en zieltogende ecosystemen doet Meiburg niet. Liever verklankt hij de schoonheid van de planeet, de natuur en het leven hier. Hoezeer dat alles in gevaar is, voel je daarna vanzelf wel." (de Volkskrant, 4 uit 5 sterren)
"Muse keert in 2026 terug met dit tiende studioalbum, een ambitieuze conceptplaat rond het beroemde radiosignaal uit 1977 dat ooit werd gezien als mogelijk bewijs voor buitenaards leven. Na "Will Of The People" uit 2022 kiest de band opnieuw voor grootse thema’s, maar dit keer met een duidelijkere focus op sciencefiction en kosmische verbeelding. Vooral "Cryogen" laat een vertrouwd Muse-geluid horen met zware riffs en dramatische opbouw, terwijl "Unravelling" juist meer elektronische texturen introduceert die richting een futuristische sfeer bewegen. De band lijkt minder gefragmenteerd dan op eerdere platen, alsof ze een strakker narratief hebben willen volgen. Opvallend is hoe "The Wow! Signal" balanceert tussen bombast en relatieve soberheid. "Be With You" leunt meer op melodie en zanglijnen, waarbij Matt Bellamy minder uitpakt met zijn gebruikelijke vocale extremen. "Nightshift Superstar" daarentegen brengt de bekende stadionenergie terug, met gelaagde gitaren en een ritmische drive." (Maxazine)
"A nice souvenir of Peter Gabriel and his band recorded live on PG’s home turf, in The Big Room at Real World Studios on 23 November, 2003. Not something you always associate with PG – a surprisingly intimate concert, the evidence in the polite ripples of applause at the end of each number from members of Gabriel’s Full Moon Club, that took place during a short run of live shows in November 2003. For the performance Peter is joined by his touring band from this period. The intimacy of "The Big Room" doesn’t detract from creating a vast sound that reaches a peak in the slow build of "Signal To Noise". The almighty climax just missing the huge tunnel appearing from the ceiling that was part of the arena shows. Surprisingly the obvious local landmark and debut hit single from ‘7, "Solsbury Hill", fails to make the teamsheet but the highpoint comes at the business end of the set with the ‘S’ sequence: "San Jacinto", "Shock The Monkey", "Signal To Noise" and "Secret World". (At The Barrier)
"Weldadige progressieve artpop in het straatje van Japan en het latere solo- en gezamenlijke werk van David Sylvian en Jansen, Barbieri, Karn (JBK). De Italiaanse toetsenist/componist/producer Stefano Panunzi, ook bekend van Fjieri, werkte al eerder samen met Grice Peters en op zijn eerste twee platen was het zoemende fretloze basspel van Mick Karn (1958-2011) prominent aanwezig. Voor later plaatwerk benaderde hij bassisten die met hun spel Karns stijl dicht wisten te benaderen. “Caravaggio” blijkt een dubbel-CD met bij elkaar maar liefst dik tweeënhalf uur muziek, afwisselend instrumentaal en vocaal. Niet alle composties zijn nieuw: net als op de voorganger “Pages From The Sea” (2023) wordt er ook Fjieri-werk gerecycled. We vroegen Panunzi drie jaar geleden via Facebook waarom hij dat doet en hij legde uit dat hij het zo jammer vindt dat de, overigens door Xymphonia uitgebreid bejubelde Fjieri-albums eigenlijk een beetje in de vergetelheid zijn geraakt. Hij wil het materiaal, dat hem na aan het hart ligt, graag weer onder de aandacht brengen. In het geval van “Caravaggio” gaat het om “Hidden Ties” (hertiteling van “Hidden Lives”), “Endless” en “Breathing The Thin Air”: de nummers zijn met andere muzikanten opnieuw opgenomen. Bij Fjieri zong Tim Bowness in alle drie gevallen zijn eigen teksten, nu alleen nog “Hidden Ties”, de overige twee zijn nu door 05Ric voorzien van nieuwe vocalen. Is er nog meer ouder werk? Ja, er is een fraaie reprise op het door Jakko Jakszyk gezongen “Every Drop Of Your Love” van voorganger “Pages From The Sea”. Ook heeft het vier jaar geleden al via streamingkanalen op de geboortedag van Mick Karn uitgebrachte “Tribal Innocence – Part 2” hier een verdiend plekje gekregen. De betreurde basmeester is hier nog op te horen en de opname zal ongetwijfeld stammen uit de sessies voor deel 1, dat op Panunzi's eersteling “Timelines” (2005) prijkt. “Caravaggio” is inmiddels het vijfde album onder eigen naam en met een intro van rustiek luitgetokkel worden we meegenomen naar de tijden van de beroemde kunstenaar Michelangelo Caravaggio (1571-1610), voordat het eigenlijke door Grice Peters gezongen titelstuk daadwerkelijk begint. De experimentele gitaarpartijen zijn hier van de hand van David Torn, met een discografie die zich uitstrekt van artpop tot avant-garde; zo verrichte hij een kleine 4 decennia terug al fraai werk op David Sylvians “Secrets Of The Beehive”. We vervolgen met het instrumentale “I No Longer Know Who You Are”, dat met zijn heftige, dwingende lead-baslijn herinnert aan Mick Karns “Bestial Cluster”, al bespeelt Fabio Trentini hier een contrabas, geen basgitaar. Zo'n 'upright bass' is uiteraard wel fretloos en dat hoor je. Er valt verder heel veel te geniete op deze twee tot de rand gevulde CD's." (Radio Xymphonia)
Duncan Browne (1947-1993) maakte zijn naam onvergetelijk met de song 'The Wild Places' in 1978. Op deze 2cd krijgen we een goed beeld van de de prachtige songs die hij schreef. De eerste cd opent met de negen songs van het gelijknamige album van Metro, het trio dat hij had in 1976-1977. Hier is al de typische stijl van Browne te horen, die hij verder ontwikkelde op zijn eerste solo-LP "The Wild Places" die hier ook volledig is opgenomen, evenals de follow-up LP "Streets Of Fire" uit 1979. De 2cd wordt verder aangevuld met single versies. (GT, Muziekbank)
"De albums van Ron en Russell Mael alias Sparks zijn een universum op zichzelf. Poppy, catchy, grillig, tegendraads en geestig – het is er allemaal op van toepassing. Telkens ontdekt een nieuwe generatie deze merkwaardige muzikale toverbal. Björk, XTC, The Smiths, Franz Ferdinand, Sufjan Stevens en Justice zijn allemaal zelfverklaarde fans. De documentaire "The Sparks Brothers" was in 2021 onverwacht succesvol. Binnen het oeuvre van Sparks is "Mad!" album nummer 28. Na de recente golf van erkenning zal het niet verbazen dat het een typische Sparks-plaat is, vol curieuze teksten die gaan over tattoos, massale adoratie, influencers, rugzakken en andere onderwerpen die je anders nooit in popliedjes bezongen hoort. De muziek is hoekig en barok georkestreerd, maar door de sterke hooklines en melodielijnen altijd toegankelijk en vaak aantrekkelijk." (OOR)
Deze 3CD-box bevat biedt met 60 tracks het meest complete overzicht van Colin Blunstones carrière ooit. Blunstone zet zichzelf in 1964 op de kaart als zanger van The Zombies, dat tijdloze klassiekers scoort met nummers als "Shes Not There" en "Time Of The Season". Na het uiteenvallen van The Zombies richt Blunstone zich op zijn solocarrière. Zijn albums brengen hits voort als "Caroline Goodbye", "Say You Dont Mind" en "I Dont Believe In Miracles". Daarnaast werkt Blunstone ook succesvol mee aan vier studioalbums van The Alan Parsons Project en verzorgt hij de zang voor het al jarenlang in de topregionen van de Top 2000 aanwezige "Old And Wise". Dit nummer en andere Parsons-samenwerkingen ontbreken niet op deze in nauwe samenwerking met Blunstone zelf samengestelde CD-set. Bijzonder is de aanwezigheid van songs van de helaas overleden Duncan Browne en Nadieh, met Blunstone's vocale medewerking. Zelfs The Bolland Project is niet vergeten. Op 2 oktober 2014 treedt Blunstone op in De Metropool in Hengelo!
"De barokke accenten op Barclay James Harvest and Other Stories waren effectief voor hun tijd. De fuzzed gitaren, Mellotron, bongo's, zware orkestratie en dromerige arrangementen klinken vandaag de dag misschien stijfjes, maar haal ze weg (of leg je erbij neer om ervan te genieten) en er openbaart zich een heel goede verzameling songs. Er zijn duidelijke knipogen naar de Beatles (“Blue John Blues”, “Medicine Man”) en de Moodies (het lieflijke “Ursula”), maar dat is een voldongen feit op elk Barclay James Harvest album"(AllMusic)
"Het mooie van dit album is dat er ook vier nieuwe tracks op staan. Volgens het duo waren er nog genoeg nummers om uit te kiezen. Voor "The Tipping Point" is meer geschreven dan opgenomen. Feitelijk is het dus een ep én een livealbum. Daarbij is het artwork prachtig! De setlist is zalig en neemt je mee langs meer dan dertig jaar Tears For Fears. Gouden ouwen als "Everybody Wants To Rule The World", "Head Over Heels", "Change" en het veelvuldig gecoverde "Mad World", staan nog steeds als een huis. Zangeres Lauren Evans heeft een dijk van een stem. Dat wordt eerst al duidelijk op "Suffer The Children", dat live al vele jaren als ballad wordt gebracht. Maar het hoogtepunt is "Woman In Chains". In een mini-interview, stelt Roland Orzabal dat dit het meest complete album van de band is. 'Als je nog niets van ons bezit, dan zou dit album het beste zijn om te kopen. Je hebt dan al onze beste songs bij elkaar.'" (Progwereld)
"De van o.a. The Buggles, Yes, Frankie Goes To Hollywood en Seal bekende producer voorziet bekende popsongs uit de jaren 80 en 90 van een extra symfonisch klinkend jasje. Soms heeft hij het origineel zelf ook al geproduceerd, vaak ook niet. Dit met medewerking van zangers als Seal, Marillions Steve Hogarth, Tori Amos, Lady Blackbird en Marc Almond. Opvallend is de medewerking van het echtpaar Toyah en Robert Fripp. Zij zingt Frankie Goes To Hollywoods “Relax” (origineel ook al geproduceerd door Horn), hij krijgt ruimte voor een eigenzinnige solo. In de afsluitende Roxy Music-cover “Avalon” is Horn zélf de zanger van dienst, zij het duidelijk met hulp van een flinke dosis Autotune. Het album verschijnt via het prestigieuze klassieklabel Deutsche Grammophon. Er zijn dan ook weelderige strijkersarrangementen te horen van de hand van Alan Clark. De aanpak blijft evenwel meer 'pop' dan 'klassiek'. Een ingetogen hoogtepuntje is The Cars' “Drive”, nu invoelend gezongen door Steve Hogarth." (AAFM's Xymphonia)
Klik hier om cookies te accepteren zodat de vertaalmodule kan worden geladen. Het kan zijn dat je de pagina moet herladen.