"Halverwege het titelnummer maken gewijde orgelklanken plaats voor elektronische beats en ruis, maar de folkpopliedjes zijn met zo veel aandacht en kunde vormgegeven dat het album, mede geproduceerd door Jack Antonoff, coherent aanvoelt ondanks die onvoorspelbare tegenstellingen.Tegenstellingen in muziek, in tekst, soms zelfs in één zin. In het lieflijke "Governor’s Waltz" balanceert Bridgers op de grens van wrok en gelatenheid over een gestorven relatie. Hier wordt grenzeloze openhartigheid ingebed in melancholie en een wrang gevoel voor humor. Een warm hart en droge ogen registreren dat alles meerdere kanten heeft.Het schrijnendst is dat in "Still Standing". Over een orgelakkoord als een drone bekent ze dat ze haar overleden vader, die ze zich herinnert van huiselijk geweld, niet elke dag levend wenst. De eindregels hakken juist door hun nuchterheid erin. Niemand verwoordt de cyclus van verlangen, teleurstelling en berusting zo mooi als Phoebe Bridgers." (Volkskrant; 4 uit 5 sterren)
"Keb’ Mo’ blikt op "The Breakdown" terug op liefde, verlies, tegenslagen en herstel. Met tien kwetsbare, ingetogen folknummers deelt hij levenslessen over dankbaarheid, zelfreflectie, hoop en het accepteren van verandering. Een persoonlijk en steeds diepgaander album van een doorleefde meester. Grote thema’s, zelfreflectie en kwetsbaarheid komen allemaal aan bod op The Breakdown, een album dat mooier wordt en aan diepgang blijft winnen naarmate je hem vaker draait, Keb’ Mo’ laat andermaal horen waarom hij de status van zo’n invloedrijk figuur in de Amerikaanse muziek heeft. Wanneer je bijna 75 jaar wordt is dat een hele prestatie." (Blues Magazine)
"Bij eerste beluistering denk je misschien dat Becca Stevens eindelijk een echte opvolger voor “Regina” heeft gemaakt. "The Thread" bevat namelijk gehaaide progressieve popliedjes die voortbouwen op het werk van de Grote Vrouwen in dit genre van de afgelopen decennia, waarbij invloeden uit jazz en soul vloeiend en subtiel ingepast zijn. Zowel stilistisch als qua stemgeluid was het niet gek dat we dat dachten, maar we bleken te luisteren naar de nieuwe van Willow. Deze dame, voluit Willow Camille Reign Smith geheten (ha, dus 'Regina' zit wel in haar naam!:-)), brengt al sinds 2015 albums uit en het nu verschenen “The Thread” is al haar zevende (en de vijfde fysieke). Er wordt prachtig en puntig op gemusiceerd. Om te achterhalen wie daarvoor verantwoordelijk is moesten we het internet raadplegen, want de CD-release van het album met een 'boekje' dat uit slechts één blad beslaat, is volkomen onleesbaar. De albumcredits zijn alleen goed te lezen op Tidal en Apple Music (en op Wikipedia, die het uit die bronnen heeft opgediept). Dertien musici tellen we maar liefst, waarbij opvalt dat Willow zelf niet alleen componeert, produceert en arrangeert, maar ook gitaar, piano, drums, Fender Rhodes, percussie en Moog bespeelt, naast dat ze uiteraard ook zingt. Dat ze de dochter is van Will Smith, noemen we maar niet, want dat leidt alleen maar af. Het zou misschien u compleet op het verkeerde been zetten." (Radio Xymphonia)
"De befaamde BRIT-school voor uitvoerende en creatieve kunsten in het Verenigd Koninkrijk heeft al vele bekende namen afgeleverd, waaronder die van Adele en Amy Winehouse. Enkele jaren geleden studeerde Olivia Dean af aan dit opleidingsinstituut en na enkele ep’s ziet nu haar debuutalbum "Messy" het daglicht. Messy is een plaat van hoge kwaliteit en belevingswaarde en het lijkt dus een kwestie van tijd voordat de naam Olivia Dean in één adem genoemd gaat worden met die van Adele, Winehouse en andere muzikale grootheden ... "Messy" is een debuutalbum van hoge kwaliteit. Qua genre, stijl, tekstbehandeling en thematiek is het misschien niet bijster origineel. Maar het is niet vaak tegelijkertijd, door een en dezelfde persoon, op een debuutalbum, op geheel eigen wijze, met deze overtuiging tot stand gebracht. De laid-back manier van zingen, het zelfbewuste en charismatische timbre van Deans stem is bijkans betoverend mooi. De manier waarop ze op "Messy" dichtbij zichzelf gebleven is zonder te vervallen in het zoveelste “therapie-album” van 2023 roept grote bewondering en waardering op. Eindelijk een album dat invoelbare, universele problemen niet uit de weg gaat, maar zeker niet vergeet dat het af en toe ook gewoon leuk mag zijn in het leven. Heel goed dat Olivia Dean ons daar met haar unieke en authentieke kwaliteiten op wijst." (nieuweplaat.nl; waardering: 9/0)
"'I've got a box full of stories we told', zingt Joe Pernice in het elegant rollende "The Black And The Blue". i'Ive got a box full of ruins of the morning/It's labelled 'me and you''. Het voormalige lid van de alt.countryband Scud Mountain Boys uit Massachusetts en levenslange Pernice Brother veegt weinig onder het tapijt op "Sunny, I Was Wrong", een zeldzame soloplaat waarmee hij bewijst tot de beste songschrijvers van nu te behoren. Het is een plaat die zorgvuldig balanceert tussen romantiek, spijt, lyriek en verlies. Een plaat die barst van de souvenirs, onaangename rommel, lastige emoties, geesten en demonen, die zich opgestapeld hebben gedurende een leven. Naast zijn band - Jim Creeggan van de Barenaked Ladies en Mike Belitsky van The Sadies - helpt een indrukwekkende ploeg hem om zich door dit levenspuin te werken, onder wie Aimee Mann, Teenage Fanclubs Norman Blake en Rodney Crowell. Jimmy Webb speelt piano in de afsluiter, waarin Pernice zingt: 'I blew half my life on things I can't explain/Left so many cakes out in the rain'. Uiteraard een verwijzing naar Webbs "MacArthur Park". (Lust For Life; 4 uit 5 sterren)
"ook het nieuwe album van Tift Merritt is een album dat binnen de Amerikaanse rootsmuziek met de beste albums mee kan. De stem van de Amerikaanse muzikante klinkt wat ruwer dan in het verleden, maar het is nog altijd een stem die je weet te raken. De Amerikaanse muzikante trekt bij eerste beluistering van "Sugar" vooral de aandacht met haar stem. Het is een stem die iets rijper en ook iets ruwer klinkt, maar het is ook een stem die mij nog steeds makkelijk inpakt. "Sugar" is geproduceerd door muzikant en producer Lawrence Rothman, die eerder muziek van onder andere Margo Price, Bartees Strange en Amanda Shires produceerde. Rothman heeft het album voorzien van een tijdloos en warm geluid met hier en daar flink wat strijkers. Dat kan makkelijk wat zoetsappig kan klinken, maar in combinatie met de krachtige stem van Merritt klinkt het prachtig. "Sugar" doet niet onder voor de albums die Merritt maakte tussen 2008 en 2013, maar dat het net aflegt tegen "Bramble Rose", "Tambourine" en "Stitch Of The World". Dat zijn ook excellente albums, maar ook de mix van country, folk en soul op "Sugar" mag er zijn. Een rootsalbum waar heel wat muzikanten in het genre best jaloers op mogen zijn." (De Krenten Uit De Pop)
"Er zit ontspanning in de liedjes op het vijfde album van singer-songwriter Aldous Harding: de Nieuw-Zeelandse kruipt langzaam verder uit haar schulp. Folk vermengd met indiepop is en blijft de basis. Vaste producer John Parish (PJ Harvey, This Is The Kit) is weer van de partij, net als multi-instrumentalist H. Hawkline. "I Ate The Most" is de verstilde binnenkomer, waarin Harding onderkoeld zingt, afgewisseld met flarden dwarrelende elektrische gitaar, gedragen door verfijnde synths en een vederlicht orgel die het nummer cachet geven. In "Worms" steelt de lome pedal steel van Joe Harvey-Whyte de show. Venus In The Zinnia eindigt frivool met een heerlijke pianopartij en Polar Bear-drummer Sebastian Rockford geeft schwung aan "If Lady Does It". Het licht melancholieke titelnummer is subtiel maar doeltreffend, met een Franse jaren zestig-sfeer. De zelfverzekerd klinkende, eigengereide Harding weet te verleiden met geraffineerde liedjes waarin vooral onder de oppervlakte een hele wereld schuilgaat." (OOR)
"De Zweedse singer-songwriter is van plan om in 2026 flink uit te pakken. hij toog met zijn band naar de VS om daar in de legendarische Muscle Shoals Sound Studio in Sheffield, Alabama, een nieuw album op te nemen. Vervolgens zette hij koers naar Memphis om in de Royal Studios een tweede langspeler vast te leggen. De resultaten van de sessie in Alabama zijn te vinden op dit album. De in 1969 geopende Muscle Shoals Sound Studio is de bakermat van Southern soul en dat genre is Lindell op het lijf geschreven. hij is namelijk gezegend met een klassieke soulstem en met de juiste hulp van een paar vrienden slaagt hij erin om composities van veteranen als Dan Penn, Tony Joe White en Willie Nelson lekker doorleef te laten klikken. Dat Joe Henry bereid was de hoestekst te schrijven, zegt genoeg." (Lust For Life; 4 uit 5 sterren)
"Iskander Moens hoefde zijn naam slechts minimaal aan te passen voor zijn artiestennaam. Met zijn wendbare warme stem, die regelmatig op vrij eenvoudige wijze richting falset overschakelt, maakt hij indruk. Zeker in combinatie met de bijzonder fraaie en sfeervolle zelfgeschreven composities, die blijk geven van het feit dat hij een gedegen klassieke opleiding heeft genoten, iets wat ook zijn fijngevoelige pianospel verraadt. Dat hij Bach noemt als een van zijn grote invloeden verrast dan ook niet, al wil dat niet zeggen dat "Salt Moon City" een semi-klassiek album is. Hij slaat hier een poppy singer-songwriter toon aan, ook al verraden de songs een muzikaliteit die niet veel van zijn collega's kunnen evenaren. Denk als referentie aan Tom Odell; qua songs, maar zeker ook qua zang. Luister maar eens naar het teergevoelige "Silent Hurting Me", dat naar het einde een enigszins klassiek aandoend falsetgedeelte kent dat maar weinigen hem zullen nadoen. Een uitermate geslaagd, zeer verantwoord debuut." (Heaven)
"Als ‘songwriting hero’s’ noemt hij op zijn website namen als Elvis Costello, Elton John, Ray Davies, John Prine, Gordon Lightfoot, Leonard Cohen en Paul McCartney. Britse, Canadese en Amerikaans invloeden dus: Sexsmith is van alle markten thuis. We horen het terug op "Hangover Terras", dat zoals gebruikelijk bij deze ongebreidelde troubadour een kaleidoscopische staalkaart van stijlen, stromingen en stemmingen is. Eerst de ongecompliceerde, catchy popsongs, zoals "Cigarette And Cocktail", "It’s Been A While" en "Damn Well Please". Daarna het wat meer uitgestrekte werk: "Camelot Towers", "Rose Town", "Outside Looking In" en "Burgoyne Woods". En zo door naar het gevoelige genre, waar je "When Will The Morning Come", "Angel On My Shoulder" en "House Of Love" onder kunt scharen. Zo komt het ene prijsnummer na het andere voorbij en kun je na een paar dagen "Hangover Terrace" met niets minder op de proppen komen dan vijf royaal verdiende sterren. Een meesterwerk. Alweer." (altcountry.nl; 5 uit 5 sterren)
""Somewhere North of Nashville", dit leukste, opgewektst klinkende album nam Springsteen op tijdens dezelfde sessies in 1995 waarin hij ook het veel zwaarmoediger "The Ghost of Tom Joad" opnam. Overdag nam hij vooral opgewekte liedjes op om zich ’s avonds aan het ernstige verhaal van John Steinbecks romanfiguur Tom Joad te wijden. De twee albums samenvoegen was een goed idee geweest, maar daar zag Springsteen van af. Gelukkig verschijnt het nu toch, want zo losjes muzikaal plezier makend, horen we hem eigenlijk zelden." (Volkskrant; 3 uit 5 sterren) "Springsteen sluit 1994 af in de veronderstelling dat hij met "Streets Of Philadelphia Sessions" een nieuw album af heeft. Maar hij maakt een U-turn van jewelste, door de E Street Band naar New York City te roepen om materiaal op te nemen voor zijn toekomstige "Greatest Hits"-cd. Een week later, vindt de groep, die sinds de Human Rights Now! Tour van 1988 niet meer compleet bijeen is geweest, zichzelf terug in de studio, voor het eerst in tien jaar." (OOR)
"In juni 2025 is de box "Tracks II: The Lost Albums" van Bruce Springsteen verschenen. Zoals de titel al aangeeft om zeven complete albums die The Boss opnam tussen 1982 en 2018 en ook zo goed als afgerond had, maar om wat voor reden dan ook toch niet uitbracht. In 2005 maakte Springsteen "Faithless", een soundtrack voor een western die er nooit zou komen. Wie de schrijver en regisseur was, wil hij niet zeggen. De naam Ry Cooder doemt als referentie op. De soundtrack klinkt als een mooi geheel. Zeer vermakelijk is "All God’s Children" waarin hij even zijn meest raspende Tom Waits imitatie opzet." (Volkskrant; 3 uit 5 sterren) " ""Faithless" is de vreemdste eend in de bijt. Springsteen begon er in 2006 aan en het duurde vele jaren voor hij ’m af had. De plaat zal niet iedereen bekoren. Het is eerst en vooral een door synths aangedreven soundtrack, een ontdekkingsreis door ‘het terra incognita van nieuwe sonic modalities’. Springsteen als een keyboard wizard op zoek naar zijn innerlijke Phillip Glass." (OOR)
Klik hier om cookies te accepteren zodat de vertaalmodule kan worden geladen. Het kan zijn dat je de pagina moet herladen.