Opname: 2007
Sir Arnold Edward Trevor Bax (18831953) was een Engelse componist, pianist en dichter, die zichzelf omschreef als een romanticus. Binnen de renaissance van de nationale Engelse muziek aan het begin van de 20e eeuw behoorde Bax tot de generatie tussen de oude school van Edward Elgar en de moderne van Arthur Bliss en William Walton. Bax werd in 1937 geridderd. Hij was van 1942 tot 1952 Master of the Queen's Music. (...) Het symfonische werk van Bax bestaat uit een aantal symfonische gedichten, c.q. toongedichten, waarin een romantische natuurbeleving en Keltische ideeën tot impressionistische stemmingsbeelden versmelten in een Wagneriaanse Tristanachtige tonaliteit: The Garden of Fand (1916), November Woods (1917) en Tintagel (1919) behoren tot de bekendste van deze programmawerken. In de jaren 1921-1939 ontstonden ook zeven groot-bezette symfonieën, waarin het programmatisch-rapsodische element binnen de klassieke sonatevorm vrijwel geheel terugtreedt. (wikipedia)
"There is something satisfying about having a composer’s complete works for a particular medium on one CD, especially when the works are as well played and recorded as in this release from Koch. Bax’s interest in the viola was aroused when he was a student at the Royal Academy of Music by the presence on the staff of the great English violist Lionel Tertis. It was Tertis who gave the first performances of the three pieces with piano recorded here, as well as the Phantasy for viola and orchestra, and it was for him that Bax began writing a second Viola Sonata in about 1933, though it was finally abandoned, with some of the material being used in the Sixth Symphony. Ivo-Jan van der Werff has an exceptionally pure and secure viola tone, and both Hugh Webb and Simon Marlow are worthy partners." (arnoldbax.com)
Sir Arnold Edward Trevor Bax (Streatham (Londen), 8 november 1883 Cork (Ierland), 3 oktober 1953) was een Engelse componist, pianist en dichter, die zichzelf omschreef als een romanticus. Binnen de renaissance van de nationale Engelse muziek aan het begin van de 20e eeuw behoorde Bax tot de generatie tussen de oude school van Edward Elgar en de moderne van Arthur Bliss en William Walton. Bax werd in 1937 geridderd. Hij was van 1942 tot 1952 Master of the Queen's Music. Verder behoorde hij tot de Koninklijke Orde van Victoria.
Arnold Bax werkte aan zijn Symfonie nr. 6 in de jaren 1934 en 1935. Het werk draagt voor deel 3 een datering van 10 februari 1935. Bax haalde zijn inspiratie voor het werk uit zijn verblijf in Morar. Met name de ideeën voor het scherzo kwam zijn blik op de eilanden Rum en Eigg. Andere delen kwamen tot stand in het drukke Londen. Het vermoeden bestaat bij de Bax-kenners Lewis Foreman en Graham Parlett dat de delen I en II ooit waren opgezet voor een onvoltooide sonate voor viool, en dan met name deel 2. (...) Bax droeg het werk uiteindelijk op aan dirigent Adrian Boult, hij had zich daarin bedacht; het manuscript laat een doorgehaalde naam van Karol Szymanowski zien. In al die daaropvolgende jaren is de symfonie slechts eenmaal te horen geweest tijdens de Promsconcerten, een lot dat ze deelde met de Symfonie nr. 2.
Symfonie Nr. 6 van Arnold Bax werd voltooid op 10 februari 1935. De symfonie is opgedragen aan de Britse dirigent Sir Adrian Boult. Volgens David Parlett is het "[Bax's] own favourite and widely regarded as his greatest ... powerful and tightly controlled". Het is nr. 331 in Grahame Parlett's catalogus van Bax's music. (...) De symfonie ging wereldwijd in première tijdens een uitvoering door de Royal Philharmonic op 21 november 1935. (wikipedia)
Met o.a. het Hobokwintet, dat het Valerius Ensemble op 2 mei 2010 speelt in het Muziekcentrum, Enschede. "A truly first-rate modern recording of Baxs Nonet: a bewitching creation, overflowing with beguiling invention and breathtakingly imaginative in its instrumental resource (often almost orchestral). Bax worked on it at the same time (1929-30) as his Third Symphony and, as is observed in the exemplary booklet-note, there are striking similarities between the 2 works. The Nash Ensemble give a masterly, infinitely subtle reading. The remainder brings comparable pleasure. The delightful Oboe Quintet (1922) receives immensely characterful treatment. The same is true of the lovely Harp Quintet, which is essayed here with a rapt intensity and delicious poise. In the hands of these stylish artists, the Elegiac Trio possesses a delicacy and gentle poignancy that are really quite captivating. That just leaves the engaging Clarinet Sonata. Beautiful sound and expert balance throughout." (A. Achenbach, Gramophone)
Klik hier om cookies te accepteren zodat de vertaalmodule kan worden geladen. Het kan zijn dat je de pagina moet herladen.