“"The Atlanta Years" is worth investigating. Nine studio cuts are appended with seven live performances. The studio sides find Marriott still capable of delivering the bluesy rock that he built his name on. His voice is still full of raspy splendor on “Heartbreaker,” a funky organ-driven R&B shuffle, and laced with whiskey on “Ain’t You Glad (New York Can’t Talk).” The Cockney swagger of “Poor Man’s Rich Man” is classic Marriott, and a bridge between his time with the Small Faces and Humble Pie. The songs have a work-in-progress feel, but are still developed enough to stand on their own. The live cuts are sweaty slices of Marriott in his element. Listen as he takes the crowd through the 15-minute assault of “I Don’t Need No Doctor” or the cranky “Hallelujah I Love Her So,” full of tight guitar licks and double entendres. Humble Pie “The Atlanta Years” could just as well be called Steve Marriott, "The Atlanta Years", as he is the driving force behind these recordings.” (Classic Rock Music Blog)
Tweede album, uit 1969. Met Steve Marriott en Peter Frampton. Wie Humble Pie associeert met boogieënde stevige rock zal verrast zijn door dit vrijwel volledig akoestische album (zoals Led Zeppelin een jaar later zou verrassen met het deels akoestische "III"). Er zijn bluesy en folky liedjes en af en toe gaat de stekker er in voor een sleazy rocknummer. Geheel passend bij de tijdsgeest speelt Marriott hier zelfs sitar. De band blijft toch herkenbaar door de herkenbare, vette soulrockvocalen van Marriot (net als Led Zeppelin dat bleef door Plants strot).
3de studio-album, uit 1972. Peter Frampton is vervangen door Clem Clempson (ex-Colosseum), die hartverscheurende bluesy soli speelt: een mooi verlengstuk zijn van Steve Marriotts soms door merg en been gaande vocalen in de sleayzy bluesrock.
"De opnamen dateren van 6 mei 1973, toen Peter Frampton de band al had verlaten. Hij was vervangen door Dave 'Clem' Clempson, aangevuld met een drietal achtergrondzangeressen. Daarmee had Steve Marriott de creatieve alleenheerschappij verworven en dat is duidelijk te merken. De kleine man, die in 1991 zo jammerlijk bij een brand om het leven zou komen, is hier één brok dynamiet en zíngt de aankondigingen tussen de nummers door. Soms nemen hij en zijn kornuiten even gas terug, maar telkens gaat er dan weer genadeloos de beuk in. Overdonderende uitvoeringen van eigen materiaal en klassiekers als "C'Mon Everybody", "Honky Tonk Women" en "(I'm A) Roadrunner". Zelden zo'n energiek concert gehoord. Grote klasse." (Jan van Eik, Revolver's Lust For Life; waardering: 4 uit 5 sterren)
Liveplaat, uitgebracht in 1971, toen Peter Frampton de band al had verlaten; hier speelt hij z'n lange soli nog in uitgesponnen versies van hun songs op een archetypische live-rockplaat anno 1971. Denk aan de muziek in de film 'Almost Famous'.
De 10 studiotracks komen uit de sessies voor het laatste echte Humble Pie-album 'Street Rats' (1974) en laten een zeer soul- en funkgeorienteerde Marriot en co. horen. De live-opnamen zijn uit dezelfde tijd, maar zijn in sleazy hardrockstijl.
Klik hier om cookies te accepteren zodat de vertaalmodule kan worden geladen. Het kan zijn dat je de pagina moet herladen.