In het Maitri Vihar klooster in het Nepalese Swoyambu Nath wonen zo'n 50 monniken uit zowel Nepal als Tibet. Op deze CD presenteert producer John Matarazzo tien voorbeelden van Boeddhistische liturgische muziek. Door de eeuwen heen heeft het Tibetaanse Boeddhisme een uitvoerig systeem van religieuze ceremonies opgebouwd, waarbij ook geleend is uit Tantrische tradities en waarbinnen zang een belangrijke rol speelt. Op deze CD horen we vooral mantra's en gezangen, in tijdsduur uiteenlopend van een paar minuten tot een kwartier. Ze worden vertolkt door een koor en zijn hoofdzakelijk door de kloosterbewoners zelf gecomponeerd. Bij sommige mantra's is klankschaalbegeleiding te horen. Besloten wordt met een kort instrumentaal stuk, waarin de beroemde ceremoniele blazers en cymbalen gebruikt worden.
Tibetaanse mantra's en gezangen door de Boeddhistische monniken der Maitri Vihar Monastery. Transcedente meditatiemuziek, als pad naar spirituele verlossing. De vaak diep laag zingende monniken begeleiden zich soms met spel op oa klankschalen.
Zanger Perhat Khaliq was op 13 december 2015 te zien in Vrije Geluiden. Met zijn groep Qetiq maakt hij traditionele Oeigoerse muziek, gemixt met moderne rock en blues. Op 2 december 2015 ontving hij de Prins Claus Prijs 2015, mede omdat hij het Oeigoerse culturele erfgoed in stand houdt. Deze CD kon hij in Duitsland maken, nadat hij was uitgenodigd door het Morgenland Festival Osnabrück (zie de documentaire op DVD "Qetiq - Rock 'n Ürümchi: The discovery of Perhat Khaliq"). Niet de gehele bezetting van Qetiq kreeg een visum voor de reis, met als gevolg dat alleen de meest geluidsbepalende leden de reis maakten en hier worden aangevuld met een Duitse ritmesectie. Dat zijn mensen met een jazzrock-achtergrond, die gewend zijn om in wereldmuziek-crossover-verband te spelen en vooral de drummer zweept de Qetiq-leden hier en daar flink op. Veel van het repertoire is gebaseerd op traditionele Oeigoerse en Kazachstaanse liederen, die hier een rockende cross-overdraai krijgen.
Channel of China is een speciaal sublabel van Channel Classics met Chinese muziek. Zhang Hong Yan is een vooraanstaand pipa-bespeelster, een rasvirtuoze tokkelaarster, die in China volle stadions trekt en daarnaast ook hoogleraar is. "Zhang Hong Yan laat het Chinese instrument bij uitstek, de pipa, 'hemels' zingen. (...) Traditionele pipa muziek danst in volle glorie uit de boxen en al snel zitten we midden tussen de vertrouwde Chinese pentatonische klanken." (Luister)
Opnamen uit 1961 uit de beroemde Unesco-collectie, hoog aangeschreven in etnologische kringen. "Meer dan twee uur rituele muziek, opgenomen in een Tibetaans klooster. Onaards lage boventoonzang, soms zweverig, dan weer pulserend en vaak dissonant spel op trompet- en hobo-achtige instrumenten, kakafonische ensemblespel." (Volkskrant)
"First off, this is not Tibetan music but music composed and arranged by a Westerner, a self-described Tibetologist. It's a one-man effort, wherein Presencer plays the titular singing bowls, various horns and flutes, some cymbals and gongs, and a human femur. He also sings a little, but more as a sound effect than as a song. Perhaps you've seen the glass harmonica, an instrument consisting of water glasses filled with different amounts of water and played by running a finger around the rims to ring them. Tibet's singing bowls work on the same principle, except that they're metal bowls instead of glasses. The sound they emit is unearthly, softer than a ringing but continuous and sometimes more piercing. The effect is a little like a musical saw. The tone can be made to sound nearer and farther and to vary in pitch. Dr. Presencer does not overuse them. The music would have to be described as mood music: slow, atmospheric, not terribly tuneful, punctuated by gong rings and bowl whoops." (Kurt Keefner, Allmusic)
"Deel uit de fenomenale Smithsonian Folkways-serie Music Of Central Asia. Op de gecombineerde CD/DVD-uitgave volgen we de Chinees-Amerikaanse pipaspeelster Wu Man - de pipa is de Chinese luit - op haar muzikale verkenningstocht in Centraal Azië en de grensgebieden van China. Het levert uitermate boeiende en verfijnde muziek op, op een reeks exotische snareninstrumenten, die gelukkig zowel in het dikke boekje als op de DVD prima worden uitgelegd. De DVD is ondergeschikt aan de muziek op de CD, maar de beelden maken zoveel duidelijk over de muzikanten en hun instrumenten dat je de muziek daarna toch anders beleeft dan zonder de documentaires op DVD." (Heaven) "Wu Man treedt hier voor het eerst in dialoog met tradities uit haar vaderland China, die van de Oeigoeren en de Hui. Het zijn fascinerende ontmoetingen van een betoverende schoonheid, die nog indrukwekkender worden na het bekijken van de DVD met beelden van het zoeken naar 'common ground' tijdens de repetities." (Ton Maas, Volkskrant; 5 uit 5 sterren!!)
Twee CD's met opnamen van de traditionele muziek van diverse inheemse Taiwanese bevolkingsgroepen. Eén en ander wordt uitgebreid toegelicht in het met vele foto's verluchtigde boekwerk (gelukkig ook in het Engels!).
Deben Bhattacharya (1921 - 2000) was een Indiase etnoloog, die over de hele wereld traditionele muziek vastlegde. In 1983 en 1984 reisde hij 5 maanden lang intensief door China en op deze CD is een deel van de opnamen te horen die hij toen maakte. Hij heeft ze hier verdeeld in 5 hoofdcategorieën: 1) opnamen van instrumenten met zijden snaren; 2) verhalen vertellen d.m.v. instrumentale muziek; 3) muziek van de Zijderoute; 4) muziek en dansen van minderheden; 5) muziek en dans van en door kinderen.
"Voor de 8 muzikanten van het Chaozhou Ensemble uit China is hun samenwerking pure liefhebberij. Ze hebben allemaal een baan als begeleider bijde opera in Chaozhou of als docent aan het conservatorium. Hun gezamenlijke passie heet sizhu ('zijde-en-bamboe'), een instrumentaal genre uit het zuiden van China dat gekenmerkt wordt door geraffineerd ensemblespel. De naam verwijst naar de traditionele bezetting van bamboefluiten en met zijde bespannen snaarinstrumenten, maar in moderne Chaozhou-ensembles is ook koper en slagwerk te horen. Het is muziek die plezier uitstraalt - geknipt voor bruiloften en partijen - maar ook heel weemoedig kan klinken. Voor de muzikanten ligt de uitdaging in het unisono uitvoeren van ingewikkelde melodische variaties die allemaal uit het hoofd moeten worden geleerd, en bovendien voortdurend wisselen van instrument: moeiteloos wordt omgeschakeld van blazen naar tokkelen of strijken." (Ton Maas, in De Volkskrant over een concert van dit ensemble, maart 2008)
China heeft 55 officiële etnische minderheidsgroepen. Op deze cd staat volksmuziek van onder andere de Oeigoeren, de Miao en de Kirgiezen.
Perhaps the closest Chinese equivalent to La France profonde is the province of Yunnan. In the country’s south-west, bordering Vietnam, Laos, Myanmar and Tibet, its landscape ranges from mountains to deep forests. It is ethnically and culturally diverse — and, with a population of nearly 50mn, easily merits its own Rough Guide compilation. The album has been curated by Sam Debell, a British musician based in provincial capital Kunming. Debell’s credentials include running the record label Sea of Wood, which showcases Yunnan bands, and playing percussion with Shanren, probably the local band best known outside China. Most of the music here is traditional, though the melodies are often reworked in modern ways. Puman’s version of “Bulang Beauty”, for example, begins with deep-voiced singing over a drift of organ but, after a minute or so, acquires a slow reggae beat, the overall effect similar to Oki Dub Ainu Band marrying northern Japanese traditional song with Jamaican rhythms.|
Klik hier om cookies te accepteren zodat de vertaalmodule kan worden geladen. Het kan zijn dat je de pagina moet herladen.