"Het Amerikaanse producersduo Thievery Corporation was een van de weinige niet-Britse vormgevers van de triphop van de late jaren 90. Op "The Mirror Conspiracy" (2000) lieten de heren de dance afdalen naar de zware ondertonen van dub en reggae. Maar het duo scheerde ook langs wereldmuziek, met name bossanova; de vorige plaat "Saudade" (2014) kreeg helaas belegen, lounge-achtige trekjes. Op "Temple Of I & I" keren Rob Garza en Eric Hilton goddank terug naar Jamaica, naar pure rootsreggae en dub. En ze introduceren een batterij topvocalisten, met wie 15 heerlijke dancetracks zijn gemaakt. Een ontdekking is de rootsreggaezangeres Racquel Jones, die tekent voor de dansvloervuller "Letter To The Editor" en de sexy en gepast benevelde dubtrack mét meezingrefrein Road Block. Minstens zo gaaf zijn de dancehall- en rootsnummers met zanger Notch, die sterk doen verlangen naar het gouden reggaetijdperk. Een en al oprechte liefde voor de Jamaicaanse muziekcultuur." (Robert van Gijssel, Volkskrant; 4 uit 5 sterren)
Een collectie zeer uiteenlopende remixen door dit lounge-/downbeat-duo. Achttien songs zijn in Thievery Corporation-handen extra loom, relaxed en 'spaced out' geworden - ideaal ter beluistering in de strandstoel met een cocktail erbij. Met o.a. remixen van stukken van vrij obscure acts naast bekenden als The Doors, Sarah McLachlan, Wax Poetic feat. Norah Jones alsmede een nummer van haar zus Anoushka Shankar. Daarnaast staat er een écht nieuw eigen nummer op, gezongen door reggaezangeres Sister Nancy.
Mix-album (zij het niet naadloos), waarvoor het loungeduo veel organisch klinkende tracks selecteerd, met Indisch (sitar) of Zuid-Amerikaans (percussie) instrumentarium. Ook sfeervol zijn de oude 'rare groove'-jazzplaten en nostalgische reggaeliedjes.
"Dub, bossa nova en easy listening vormen de rode draad in interpretaties van werk van uiteenlopende artiesten als David Byrne, Stereolab, Gus Gus, baaba Maal. Een samenhangend geheel toch, aanradervoor Kruder & Dorfmeister-fans." (Koen Poolman, Oor)
Het Amerikaanse loungeduo Thievery Corporation kreeg het voorrecht haar favoriete plaatjes uit de archieven van het hipste jazzlabel van de sixties (Verve) te compileren. Ze kiezen (gezien hun achtergrond logisch) vnl. voor relaxte latinjazz.
Anno 2010 is dit Amerikaanse duo vooral bekend om aangename lounge, die het goed doet als muzikale omlijsting van een strandstoelsetting. Ten tijde van het debuut in 1996 moest de lounge-hype nog op gang komen. Hints naar wat er zou komen zijn al wel aanwezig in de luiïg-lome muziek, maar dit is toch in de eerste plaats een dub-plaat met niet alleen veel ruimte voor Jamaicaans aandoende backbeats, maar ook voor Jamaicaanse vocalen met zwaar accent. Die blijken vrijwel steeds gesampled en afkomstig van Rastafari Elders. See-I schreef en zong wel speciaal voor dit album een vocale track. Andere gastvocalen zijn er van o.a. Bebel Gilberto (toen al, ruim voor haar internationale doorbraak). De verdere inkleding van de tracks knipoogt naar de vroege triphop van Massive Attack en Tricky.
"Stijlvol loungeduo, bijgestaan door diverse vocalisten (o.a. Emiliana Torrini, Shinehead). Lekker wiegende bossanova, vriendelijke dub en een paar exotische etno-injecties zoals tabla en Turkse blazers. Mooi, maar wel braaf en veilig." (BG)
Klik hier om cookies te accepteren zodat de vertaalmodule kan worden geladen. Het kan zijn dat je de pagina moet herladen.