Een vrouw in Zuid-Korea stopt van de een op de andere dag met het eten van vlees; dit wordt door haar omgeving gezien als een schokkende daad van rebellie.
Een romanschrijver reist naar Jeju-eiland om de vogel van haar vriendin, die in het ziekenhuis ligt, te verzorgen. Eenmaal aangekomen wordt ze geconfronteerd met het pijnlijke verleden van de familie van haar vriendin, wier oom sinds de bloederige Jeju-opstand vermist is.
Ode aan de slachtoffers van democratische opstanden tegen de Zuid-Koreaanse dictators vanaf 1979, vooral die van 1980 in Gwangju.
In een afgelegen dorpje baart de moeder van de verteller een zevenmaands kindje dat al na enkele uren bezwijkt. De verteller voelt de aanwezigheid van dit vroeg gestorven zusje als een constante aanwezigheid in haar leven.
De auteur schrijft over haar oudere zus die bij de geboorte overleed, in de wetenschap dat zij er niet zou zijn geweest als haar zus was blijven leven.
De weigering om vlees te eten van een tot dan volgzame Zuid-Koreaanse vrouw heeft ingrijpende gevolgen voor haar omgeving.
Als een Koreaans-Amerikaans gezin van de stad naar het platteland van Arkansas verhuist om op een eigen boerderij de Amerikaanse droom waar te maken, stelt de nieuwe omgeving hen voor veel uitdagingen.
Klik hier om cookies te accepteren zodat de vertaalmodule kan worden geladen. Het kan zijn dat je de pagina moet herladen.