Tijd van Grieken en Romeinen

De Tijd van Grieken en Romeinen speelt zich af in de oudheid, van 3000 v. Chr. tot 500 n. Chr. In deze periode werd het wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek ontwikkeld. Het Romeinse Rijk groeide, waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde en zorgde voor confrontaties. Ook ontwikkelden het christendom en jodendom zich.

Tijd van Grieken en Romeinen

Het project

De start
Door de vele Romeinse vondsten die in en rond Arnhem zijn gedaan en de ligging van het Romeinse fort bij Meinerswijk, vormt het contrast tussen de Germaanse en de Romeinse bevolking het ideale uitgangspunt voor dit tijdvak. De leerlingen beginnen met een spannend voorleesverhaal over de Germaanse jongen Elger en zijn Romeinse vriend Titus. Als Elger namelijk bij Titus gaat spelen in het Romeinse kamp ziet hij dingen die hij nog nooit heeft gezien: witte huizen met dakpannen, rechte straten en overal soldaten in uniform. Titus geeft Elger eten dat hij nog nooit heeft gezien en samen betreden ze de wapenkamer waar de gouden adelaar staat van het legioen. Als Elger de volgende dag Titus wil rondleiden wordt hij plotseling gevangengenomen. De adelaar van het legioen is verdwenen…

Het project

Goden met attributen
Na dit verhaal gaan de leerlingen zelf aan de slag. Ze leren over de gebruiken en goden van de Romeinen. De Romeinen geloofden in vele goden die allemaal een attribuut hadden. Deze attributen gaan de leerlingen zelf schilderen. Daarna wordt de Romeinse architectuur behandeld. Hun steden waren zo vernieuwend dat de leerlingen in klei zelf een Romeinse stad na gaan bouwen. Ter afsluiting van het tijdvak wordt er een bezoek gebracht aan het Romeinse fort bij Meinerswijk. Deze les staat in het teken van archeologie: wat doet een archeoloog precies en wat vindt hij/zij allemaal van de Romeinen. De leerlingen gaan op onderzoek uit en ontdekken ook de kracht van bakstenen.